Missie en visie

Zoals ook al op de Welkomstpagina te lezen is, zijn we een betrekkelijk kleinschalige praktijk.

Er zijn twee behandelkamers en we werken met wisselende bezetting, omdat we allemaal parttimers zijn.

We proberen (en dat lukt ook vrijwel altijd) om onze mensen zoveel mogelijk bij één behandelaar ‘onderdak’ te laten zijn. Uiteraard verwijzen de tandartsen in huis wel zeer regelmatig door naar de preventie-assistente of de mondhygiëniste, als bij de screening van de conditie van hat tandvlees gebleken is dat er wat extra aandacht naar de mondhygiëne zou kunnen. Maar voor de rest wordt er zo min mogelijk met mensen geschoven omdat wij het zelf niet fijn zouden vinden om steeds bij iemand anders in de stoel terecht te komen en we dat dus ook voor ‘onze mensen’ zoveel mogelijk willen beperken.

Onze missie is het voorkómen van problemen zoals gaatjes, tandvleesontsteking en andere narigheid wat kan leiden tot voortijdig verlies van tanden en kiezen. Dit voorkomen en verhelpen van (beginnende) problemen in de mond doen we met eenvoudige middelen. Allereerst door onze patiënten proberen ervan te doordringen dat zij de belangrijkste verantwoordelijkheid hebben, namelijk elke dag zelf zorgvuldig de mond schoonhouden. Om dat voor elkaar te krijgen, geven we informatie, instructie en hulp bij de zelfzorg, zoas we dat noemen.

Verder is ons streven dat we altijd zoveel mogelijk van het ‘eigen werk’ van onze patiënten, proberen te sparen. Door enerzijds enigszins beschadigde of aangedane tanden of kiezen, door middel van goede voorlichting en schoonhoud-adviezen (als je niet weet dat je ergens niet goed poetst, kun je het ook niet beter doen), de kans te geven te herstellen. En door anderzijds, als zelfherstel niet meer mogelijk is, te repareren met behoud van zoveel mogelijk eigen tandweefsel.

Daarom blijven we benadrukken hoe belangrijk het is om jezelf en dus ook je mond, goed te verzorgen. Als een soort poets-Jehova’s zullen we u indien nodig ‘professioneel blijven betuttelen’, want als je je mond niet goed onderhoudt, kunnen wij boren en vullen wat we willen, maar dan gaat het uiteindelijk toch mis. En dat hoeft gewoon niet, is onze overtuging.

We zijn dus niet erg voortvarend met kronen en bruggen, omdat je met minder invasieve methodes gewoon heel erg ver kunt komen. Maar uiteraard maken we die na goed afwegen van de voors en de tegens wel, want kronen en bruggen zijn erg sterk en bij goed onderhoud, blijft dat soort werk ook langdurig goed en mooi.

Ook zijn we erg trouw aan het motto ‘Wat goed zit, zit goed’, en dus zulen wij nooit adviseren om bijvoorbeeld amalgaamvullingen die weliswaar oud zullen zijn, maar goed functioneren, te gaan vervangen door composietvullingen (tandkleurig materiaal). Wij adviseren om pas als zo’n amalgaamvulling niet meer voldoet, over te gaan tot vervanging. Natuurlijk hebben we er begrip voor als er bij iemand in het zicht, ‘van die lelijke grijze dingen’ zitten, dat de persoon in kwestie dat verfraaid wil hebben. En dat doen we na goed overleg vaak ook wel. Maar we benadrukken dus dat we in principe terughoudend zijn met weefsel-opofferende activiteiten als die niet strikt noodzakelijk zijn (voor het kauwen bijvoorbeeld).

Dus: we willen preventie van problemen in de mond, en als we ingrijpen om schade te herstellen doen we dat met eenvoudige en weinig-invasieve middelen. Op die manier denken wij dat we onze patiënten langdurig, comfortabel en vooral ook functioneel (qua kauwen), tot op hoge leeftijd ‘dentaal gezond’ kunnen helpen houden.